Kort antwoord: wat je meteen doet
Begin met plannen: teken de buitenrand van het maaigedeelte en noteer obstakels of eilandjes. Leg vervolgens de begrenzingsdraad volgens die rand en verbind die met het laadstation. Tot slot zet je in de app of bedieningsmenu de gewenste maaizones en laat je een proefrun lopen om te bevestigen dat de robot de grenzen correct opvolgt.
Stap 1 — plannen voordat je de draad legt
Een goede planning voorkomt veel werk achteraf. Loop je tuin na en bepaal één duidelijk afgegrensd maaigedeelte. Houd rekening met toegangspaden, bloemperken en plekken waar de robot niet mag komen. Beslis of je meerdere zones wilt (bijvoorbeeld voorkant en achtertuin) of juist één samenhangend gebied.
Stap 2 — hoe je de begrenzingsdraad legt
Leg de draad strak langs de rand van het gras, zonder scherpe bochten. Voor eilandjes en borders loop je de draad als een lus rond het obstakel en leid je de draad daarna terug naar de hoofdperimeter (zodat er geen open uiteinden ontstaan). Zorg dat de draad goed is verbonden met het oplaadstation en dat de verbinding waterdicht en stevig is vastgezet.
- Controleer aansluitingen: maak alle contacten schoon en goed vast; een losse verbinding voorkomt dat de robot de grens ziet.
- Vermijd overlappingen: als je de draad kruist, zorg dan dat uiteinden goed vastzitten; onnodige overlappende lussen kunnen verwarring geven bij detectie.
- Plan toegangsopeningen: als je poorten of doorgangen hebt, werk met korte onderbrekingen of speciale doorgangslussen zodat de robot wel/ niet kan passeren zoals jij wilt.
Stap 3 — zones instellen per type navigatie
Hoe je zones instelt hangt af van de navigatiemethode van je robot. Als je robot perimeterdraad gebruikt, stel je zones door de draadsoort en lusindeling: verdeel het terrein in meerdere gesloten lussen of gebruik extra perimeterlijnen voor aparte zones. Als je model GPS- of camera-gebaseerd is, stel je vaak virtuele zones in de app.
Praktisch voorbeeld met de modellen in deze gids:
- de GARDENA smart SILENO City werkt met perimeterdraad en laat je via de app tijdschema’s en zones beheren; ideaal als je precieze grenzen en eilandjes hebt.
- de Robot UltraView 3D LiDAR gebruikt GPS-afbakening; je hoeft geen draad te leggen, maar let erop dat GPS-accuratesse kan variëren bij hoge bomen of dichte gebouwen.
- de Robotmaaier Draadloze Automatische Grasmaaier met camera werkt met beeldherkenning; dit scheelt leggen van draad, maar vereist zichtlijnen en genoeg licht rond de grenspunten.
Stap 4 — testen en veelgemaakte fouten
Laat een testmaai starten en loop mee om te zien of de robot de randen en overgangen netjes volgt. Vaak voorkomende fouten zijn losse aansluitingen, draad te ver van de rand of lussen die te dicht bij elkaar liggen. Losse eindjes en slecht bevestigde kabels veroorzaken storingen; controleer ook dat de app of het bedieningspaneel de zones heeft opgeslagen.
Als de robot een zone niet binnengaat of juist overslaat, controleer eerst kabelverbindingen en mogelijke storingsbronnen zoals metalen hekwerk of sterke wifi-interferentie. Bij GPS- of camera-gebaseerde modellen controleer je in de app of de virtuele grenzen correct getekend zijn en of de robot voldoende zicht en signaal heeft.
Wanneer welk systeem kiezen?
Kies perimeterdraad als je veel kleine eilandjes en nauwkeurige grenzen hebt en je geen bezwaar hebt tegen een vaste installatie. Kies GPS of camera als je geen kabel wilt leggen of als je vaak veranderingen in tuinindeling verwacht; wees je dan bewust van beperkingen zoals zichtlijnen of GPS-nauwkeurigheid.